Aanleg ondergrondse druppelirrigatie proefveld met vijf gras- en graskruidenmengsels

Klimaatverandering heeft vooral voor de zandgronden consequenties voor de gewasteelt. Juist op deze gronden hebben de gewassen behoefte aan neerslag en beregening, want het vochthoudend vermogen is beperkt en de capillaire opstijging van water vanuit diepere bodemlagen is minimaal. In het vierjarige PPS-project ‘Op weg naar een klimaatbestendige melkveehouderij in de Achterhoek’ (KLIMEA) wordt onderzocht hoe de melkveehouderij op de zandgrond in de Achterhoek zich kan aanpassen aan de klimaatverandering.

Bij Publiek-Private Samenwerking (PPS) werken het Rijk en bedrijven samen aan projecten. Dit PPS-project is een samenwerking tussen Wageningen Livestock Research, Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers (VKA), FrieslandCampina, Provincie Gelderland, Vitens, Waterschap Rijn en IJssel en ForFarmers. Het project werkt aan kennis en innovaties die melkveebedrijven klimaatbestendiger kunnen maken door inzicht te krijgen in factoren die kwetsbaarheid voor droogte en hitte beïnvloeden, het verkennen van adaptatiemaatregelen met een Kennisgroep Klimaatadaptatie in VKA, en het testen van enkele innovatieve adaptatiemaatregelen.

Ondergrondse druppelirrigatie

Voor het KLIMEA-project is in samenwerking met Vitens ondergrondse druppelirrigatie aangebracht onder een proefveld op De Marke. Op een afstand van 75 cm van elkaar en op 40 cm diepte zijn druppelslangen in de grond gelegd. Met een goede aansturing kan voor een optimale vochtvoorziening worden gezorgd en een hoge benutting van de watergift, zodat het waterverbruik geminimaliseerd wordt. Op dit proefveld worden vijf gras- en graskruidenmengsels gezaaid waarvoor gedurende drie jaar het effect van droogte op opbrengst en voederwaarde worden bepaald, voor zowel proefveldjes met als zonder druppelirrigatie.

Gras- en graskruidenmengsels

De gras- en graskruidenmengsels die worden onderzocht zijn geleverd door DSV en geselecteerd op basis van eigenschappen die bijdragen aan een grotere weerstand tegen droogtestress, zoals een grotere bewortelingsdiepte, efficiënter watermetabolisme, droogte mijdend groeipatroon, en warmte/hitte resistentie.

De volgende vijf gras- en graskruiden mengsels zijn als behandelingsobject aangelegd:

  1. Engels raaigrasmengsel (controle object)
  2. Engels raaigrasmengsel – verlaagde stikstofgift, 70% van de norm
  3. Engels raaigras + kropaar
  4. Engels raaigras + rietzwenkgras
  5. Engels raaigras + kropaar + rietzwenkgras + weegbree + cichorei
  6. Engels raaigras + kropaar + rietzwenkgras + weegbree + cichorei + rode klaver

Natuurlijke neerslag

Het experiment wordt uitgevoerd bij een natuurlijke neerslag, wat als risico inhoudt dat in jaren met geen of een gering neerslagtekort de effecten van de irrigatie niet zichtbaar zijn. Echter kunnen gras- en graskruidenmengsels hogere en stabielere opbrengsten van grasland geven dan monoculturen, ongeacht of er wel of geen droogtestress optreedt.

Innovatieve maisteelt

Ook de PPS Innovatieve maisteelt maakt gebruik van dit proefveld. Binnen dit project worden verschillende onderzoeken gedaan, gericht op de combinatie van (zeer)beperkte grondbewerking met chemievrije teelt. Het onderzoek in deze PPS heeft drie pijlers: de teelt van mais in akkerbouwrotatie, in grasland en in permanente ondergewassen. In deze proef op Agro-Innovatiecentrum De Marke wordt een nieuwe methode van strokenteelt in een graszode zonder inzet van chemische middelen, waarbij de grasmat wordt teruggezet middels mulchen, vergeleken met traditionele teeltmethode. Deze vergelijking wordt gedaan bij wel en geen druppelirrigatie. In het voorjaar van 2022 wordt eerst een snede gras gemaaid en daarna de mais gezaaid. Het is de bedoeling dat de proef drie jaar wordt voortgezet.

Eigenschappen gras- en graskruidenmengsels

De gras- en graskruidenmengsels die worden onderzocht zijn geselecteerd op basis van eigenschappen die bijdragen aan een grotere weerstand tegen droogtestress en daarmee kunnen bijdragen aan een betere klimaatadaptatie van de veehouderij. Het is bekend dat (ongeacht wel of geen droogte) gras-(kruiden) een hogere en stabielere opbrengsten van grasland kunnen hebben dan monoculturen. Dit noemt men ‘overyielding’ of ‘gewone meeropbrengst’ wanneer het mengsel een hogere opbrengst heeft dan het gemiddelde van de afzonderlijke soorten in het mengsel. Wanneer een gras(kruiden)mengsel een hogere opbrengst geeft dan de hoogst opbrengende soort in het mengsel, dan noemt men dat ‘transgressive overyielding’ of ‘soort overstijgende meeropbrengst’.

Deze vormen van overyielding of meeropbrengst kunnen worden verklaard door dat verschillende soorten elkaar kunnen aanvullen (complementair zijn) in de tijd (seizoen) en in ruimte (groeiplaats, bewortelingsdiepte) en door interacties. Een voorbeeld van aanvullendheid in tijd kan zijn mengsel met een soort met een vroege voorjaarsontwikkeling en een soort die lang doorgroeit in het najaar. Op deze wijze wordt het groeiseizoen verlengd. Aanvullendheid in de ruimte is bijvoorbeeld een mengsel van diep en ondiep wortelende soorten. De diep wortelende planten halen water en voedingstoffen van een grotere diepte die voor de ondiep wortelende planten onbereikbaar zijn. Dus ze concurreren minder om water en voedingsstoffen.

Daarnaast hebben we interacties tussen soorten. Het meest bekende voorbeeld is een gras-klavermengsel, waarbij de grassen profiteren van de stikstofbinding door de klaver. Sommige planten hebben een sterk wortelstelsel die ook door wat meer verdichte bodemlagen heen kunnen groeien. Andere soorten met minder sterke wortels kunnen daarvan profiteren door gebruik te maken van oude wortelgangen.

Engels raai (controle-object)

  • Hoge opbrengsten en voederwaarde
  • Wortelt ondiep

Kropaar

  • Houdt water vast in de plant. Snel herstel na droogte-stress
  • Laag kritisch water potentiaal, kropaar ‘trekt harder’ aan water dan andere grassen
  • Goed hitte resistent
  • Kan goed tegen schaduw, geschikt langs bosranden en houtwallen

Rietzwenk

  • Hoge opbrengsten
  • Verdraagt maaien goed
  • Wortelt diep
  • Goede droogte resistentie, maar kan ook goed tegen wateroverlast

Weegbree

  • Diepe penwortel
  • Sterk voor- en najaarsgroei (droogte mijdend)
  • Remt de nitrificatie in de bodem, en verminderd lachgas emissie

Cichorei

  • Diepe penwortel
  • Sterke voor- en najaarsgroei (droogte mijdend)
  • Tannines in cichorei remmen de methaanemissie uit de pens

Rode Klaver

  • Diepe penwortel
  • Sterke najaarsgroei (droogte mijdend)
  • Stikstofbinder

Effect stikstofgift op droogtegevoeligheid

Het onderzoeksobject Engels raaigras met verlaagde stikstofgift is aangelegd om te onderzoeken wat het effect van de stikstofgift op droogtegevoeligheid is. Een hogere stikstofgift wordt in het algemeen in verband gebracht met een grotere droogtegevoeligheid. Want hogere stikstofgiften gaan gepaard met hogere opbrengsten en daarmee een grotere waterbehoefte. Echter, de afgelopen droge jaren hebben de indruk gegeven dat bij lage stikstofbemesting de droogteschade zeker niet minder is, wellicht zelfs groter. Een mogelijke verklaring is dat bij lagere stikstofgiften, de hergroei na oogst wat trager op gang komt. In een droge periode met hoge temperaturen en veel zonnestraling zorgt de vertraagde hergroei er voor de er meer directe zonnestraling op de bodem komt, met als gevolg te hoge bodemtemperaturen en mogelijk verbranding van het gewas. Een hogere stikstofbemesting en een snellere hergroei geven mogelijk een ‘parasol-effect’, waardoor in de zode een gunstiger microklimaat ontstaat waardoor er minder schade aan de grasmat ontstaat en de grasmat zich sneller herstelt na een droge en een zonnige periode.

Op de hoogte blijven van KLIMEA-project

In de nieuwsbrieven en op social media van de projectpartners (o.a. VKA, Agro-Innovatiecentrum De Marke en Wageningen Livestock Research) plaatsen we regelmatig updates en ontwikkelingen in het kader van dit project. Alle artikelen en publicaties zijn terug te lezen op de projectwebsite.

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Natuurinclusieve landbouw is nog exclusief verdienmodel

Column van Jaap Gielen, directeur Agro-innovatiecentrum De Marke: ‘Natuurinclusieve landbouw is nog exclusief verdienmodel’.

Natuurinclusieve Landbouw: het wat, waarom en hoe

Op 4 november was Nick van Eekeren van het Louis Bolk Instituut op Agro-innovatiecentrum De Marke bij de boerenbijeenkomst over Natuurinclusieve Landbouw (NIL). Nick hield daar een presentatie over NIL. De kernboodschappen van zijn betoog zijn in dit artikel verwerkt.

Kennis in en door de praktijk

Een van de projecten van De Marke binnen het provinciaal actieprogramma Natuurinclusieve Landbouw heet ‘Kennis in en door de praktijk’. In de regio’s Achterhoek, Rivierenland en Gelderse Vallei/Veluwe zijn drie groepen samengesteld van ‘koplopers’ op het gebied van natuurinclusieve landbouw. De ervaringen, ambities en kennisvragen van deze boeren gaan de inhoud van dit project bepalen. Met hen gaan we in de praktijk experimenteren met nieuwe teelten, nieuwe technieken en nieuwe gewassen. Eind van deze maand start Peter Vanhoof met metingen op vijftien verschillende bedrijven, waaronder Agro-innovatiecentrum De Marke.
De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.