De Marke krijgt graag veel vragen van boeren

Onderzoek en vertaling van beleid naar het bedrijf van de melkveehouder. Dat zijn de belangrijkste punten voor de nu honderd leden van Coöperatie De Marke. „Het hoofddoel is om boeren hun bestaansrecht te garanderen”, zegt Andre Arfman, voorzitter van deze nieuwe boerencoöperatie.

Kennisontwikkeling

Kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, klimaatrobuuste landbouw en precisielandbouw zijn speerpunten op Agro-innovatiecentrum De Marke. Hoe ga je bijvoorbeeld uitspoeling van nutriënten tegen? „Om te weten of een bepaalde maatregel gevolgen heeft, moeten melkveehouders hiermee kunnen experimenteren”, stelt voorzitter Andre Arfman van Coöperatie De Marke U.A.

Waarom ook alweer?

Melkveehouder Andre Arfman uit het Gelderse Vorden werd, na beëindiging van zijn voorzitterschap bij het NAJK, voorzitter van de nieuwe coöperatie in het Gelderse Hengelo. Voormalig proefbedrijf De Marke gaat over in boerenhanden. „Het is bijna zo ver”, zegt een opgetogen Arfman, die het nu heeft over zo’n honderd leden. Echter, die leden zijn dat op papier nog niet. Door Covid-19 laat de zakelijke afhandeling nog even op zich wachten. „Het is een formaliteit”, geeft Arfman aan. Dus eigenlijk is er nog geen sprake van het hebben van leden, al is de coöperatie al wel een feit. Het komt er nu op neer dat er dus zónder dat de echte ledenwerfactie al is gestart, een heleboel boeren reeds hebben aangegeven lid te willen worden. Dit voorjaar zal volgens Arfman alles netjes op papier staan. Pas dan kunnen de leden ook de inleg storten. Het bedrag om lid te worden is eenmalig 5.000 euro. Het betreft geld op naam, een ‘belegging’ in de coöperatie.

Twentse zandgrond

Voor de lange lijst geïnteresseerden vormt de inleg volgens Arfman geen probleem. De geïnteresseerden zijn overigens niet alleen actieve melkveehouders in de Achterhoek. Eigenlijk kan iedereen lid worden. „Als de groep van actieve melkveehouders maar meer dan de helft van alle leden vormt. Iemand kan ook meer dan één maal inleggen, maar hij krijgt nooit meer dan één stem. Alles en iedereen kan dus participeren, maar de zeggenschap is hoe dan ook in boerenhanden. Dus ook gemeentes en burgers, akkerbouwers en de provincie, onderwijs en partijen in het agrarische bedrijfsleven, kunnen lid worden.” Het Agro-innovatiecentrum, zoals de voormalige proefboerderij wordt genoemd, heeft intussen ook contact met melkveehouders in Twente. „Het gaat er om dat de structuur van de landbouw in Overijssel goed vergelijkbaar is met die in de Achterhoek. Een overeenkomst is bijvoorbeeld het boeren op zandgrond. De Vruchtbare Kringloop Overijssel en de Vruchtbare Kringloop Achterhoek hebben veel contact”.

Bestaansrecht boer

„Een melkveehouder in Overijssel kan dus ook prima lid worden. Twee leden van ons bestuur zijn zelfs boer in Overijssel.” Het hoofddoel is namelijk het veiligstellen van de toekomst van melkveehouders in Oost- Nederland. „Dit op het gebied van klimaat, stikstof, ammoniak, water en biodiversiteit. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met droogte? Onderzoek op onze zandgronden is dan belangrijk. Het verdienmodel en daarmee het bestaansrecht van de melkveehouder hangen hier vanaf”, aldus Arfman. „We willen onderzoeken wat wel en wat niet werkt. Het mag niet zo zijn dat een boer investeert, maar dat dit drie jaar later voor niets blijkt te zijn. Deze onderzoeken zijn in eerste instantie en meestal gericht op allerlei aspecten met betrekking tot de bodem. Maar omdat de koeien op De Marke ook een stal tot hun beschikking hebben, kunnen we natuurlijk ook onderzoeksvragen in relatie tot huisvesting gebruiken.” Hoe meer vragen er komen van boeren, hoe beter het is, stelt Arfman. „We zijn blij met hun actieve betrokkenheid en kunnen dan meer voor hen betekenen.” De financiering van de onderzoeken komt niet van die inleg van leden. Die financiering wordt vooral gedaan door bedrijfsleven en overheid. De inleg van boeren is bedoeld om voldoende eigen vermogen te hebben om de proefboerderij over te nemen van Wageningen UR. Alle melkveehouders, en alle anderen ook, kunnen dus vragen indienen. Het is aan de ledenmelkveehouders om samen met het bestuur van de coöperatie te bepalen of een onderzoek wordt uitgevoerd. Dat is afhankelijk van hoe relevant de vraag is, de praktische uitvoerbaarheid en de financiële haalbaarheid. Onderzoek kan ook bij een melkveehouder plaatsvinden.

Feiten noodzakelijk

De invloed van Wageningen UR zal blijven. Arfman zegt dat ze regelmatig de kennis van Wageningen nodig zullen hebben. En dat andersom de universiteit ook regelmatig de expertise en praktijk van Hengelo wenst te gebruiken. „Het blijft een wisselwerking in de vorm vorm van samenwerking. Bijvoorbeeld BEX en de Kringloopwijzer zijn projecten van Wageningen die bij De Marke werden uitgevoerd, alvorens ze werden uitgerold in de praktijk.” De coöperatie onderzoekt hoe de melkveehouderij er in 2040 uitziet. „We willen het wensdenken toetsen. We hebben verzamelde feiten nodig om de politiek ervan te voorzien. We zijn bezig om de verliezen in de kringloop te minimaliseren. We onderzoeken hoe we als boeren de schaarste aan fosfaat kunnen tackelen. Vragen waar we concrete antwoorden op gaan geven om de toekomst van melkveehouders in Oost-Nederland te kunnen garanderen.”

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Nieuwe directeur van Coöperatie De Marke: Jaap Gielen

Jaap Gielen (57) wordt per 1 april de nieuwe directeur van Coöperatie De Marke in het Gelderse Hengelo. Vanuit deze functie gaat Jaap het Agro-innovatiecentrum De Marke aansturen. Een korte kennismaking met Jaap.

Natuurinclusieve landbouw nader bekeken

Op het Agro-innovatiecentrum De Marke gaan we aan de slag met natuurinclusieve landbouw. De wetenschap deelt natuurinclusieve landbouw in een aantal onderdelen in. Eén daarvan is functionele biodiversiteit, waaronder kruidenrijke graslanden en bodembiodiversiteit (vruchtbaarheid) vallen. Wat houdt functionele biodiversiteit in en wat heeft een melkveehouder daaraan?

De Marke zoekt naar passend optimaal teeltsysteem

Een belangrijk doel van De Marke is het realiseren van goede gewasopbrengsten bij een optimale mineralenbenutting. De drie droge jaren op een rij zorgden voor een afnemende gewasproductie en voedervoorziening op de droge zandgronden in Hengelo (Gld.) De komende jaren gaan we binnen het KLIMAP-project op zoek naar nieuwe teeltsystemen die positief bijdragen aan het veranderde klimaat.
Do NOT follow this link or you will be banned from the site!

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.