Druppelirrigatie in mais en aardappelen
Agro-innovatiecentrum in de Achterhoek

Afgelopen jaren voerde Agro-innovatiecentrum De Marke een drietal onderzoeken uit naar druppelirrigatie. Zowel in de mais als in aardappelen. Het eerste onderzoek was een oriënterend onderzoek zonder herhalingen. Zie rapportage Demo Druppelirrigatie mais. Het tweede onderzoek was een onderzoek met twee herhalingen bij een agrariër. Hierbij is onderzocht wat de effecten zijn op gewas opbrengst en saldo van druppelirrigatie in mais en aardappelen. Zie rapportage Druppelirrigatie proefveld Schaarsheide. In het derde onderzoek hebben we onderzocht welk effect verschillende aanlegmethoden van druppelirrigatie hebben op gewasopbrengst, stikstofuitspoeling en saldo in snijmais. Zie rapportage Druppelirrigatie proefveld De Marke.

Demo druppelirrigatie mais

Op droge zandgronden is vocht in veel jaren in meer of mindere mate een beperkende factor voor een optimale opbrengst van snijmais. Algemeen wordt gesteld dat in droge jaren het meeste voordeel van beregenen wordt behaald in de periode van bloei tot korrelvulling. Mais gaat dan efficiënter om met water dan gras. Mogelijk is vocht in een eerder stadium een beperkende factor, maar is het minder zichtbaar. Een eerste zichtbare verschijnsel van een vochttekort is dat het blad overdag gaat krullen. In het begin herstelt zich dat ‘s nachts weer. Een praktisch handvat om te beginnen met beregenen is wanneer ‘s morgens het blad nog gekruld is. Bij beregening in maïs moet men door het gewas rijden, waardoor 2-5% van de oppervlakte niet meer productief is. 

Nadelen van mais beregenen zijn:

  • Er wordt pas vocht toegediend bij ernstige droogte, waarschijnlijk treedt er al opbrengstderving op in een vroeger stadium.
  • Beregenen heeft een relatief lage efficiëntie van water, er verdampt relatief veel water door verneveling en vanaf de planten.
  • Een deel van mais wordt platgereden.
  • Beregenen van mais is arbeidsintensief en kost relatief veel energie.

Bovenstaande was aanleiding om op proefbedrijf De Marke oriënterend te kijken naar de mogelijkheden van druppelirrigatie in mais. Met druppelirrigatie kan water efficiënter toegediend worden dan met beregenen omdat het direct op de bodem wordt toegediend waardoor er met name onder warme droge omstandigheden minder verdampt. Eenmaal aangelegd kan op ieder gewenst moment vocht worden toegediend in elke hoeveelheid. Hiermee kan de snijmaisproductie worden geoptimaliseerd door het voorkomen van vochttekort. Voor de toekomst biedt het systeem eventueel mogelijkheden om nutriënten gedurende het seizoen toe te dienen. Over het rendement van druppelirrigatie is nog weinig te zeggen. Voor mais lopen de kosten op tot € 1.000,- per ha. Bij een waarde van € 180,- per ton ds snijmais moet minimaal 6 ton ds extra geoogst worden ten opzichte van niet beregend.

Download ‘Rapportage Pilot druppelirrigatie in mais 2019’ als pdf
Download ‘Rapportage druppelirrigatie Schaarsheide 2020’ als pdf
Download ‘Rapportage druppelirrigatie De Marke’ als pdf

Druppelirrigatie proefveld Schaarsheide

Op locatie Schaarsheide in Aalten werd in 2020 een onderzoek uitgevoerd waarbij werd getest of druppelirrigatie perspectief kon bieden op het gebied van praktische haalbaarheid, gewasopbrengsten, rest stikstof in het najaar en financiële haalbaarheid. In twee herhalingen werd druppelirrigatie (elke 1.50 meter) aangelegd in een mais- en aardappelperceel. Wekelijks zijn er bodemvochtmonsters genomen waarbij de hoeveelheid irrigatiewater werd afgestemd op het vochtvolume in de wortelzone van de plant. Druppelirrigatie biedt de mogelijkheid om snel en precies vocht toe te dienen aan het gewas, waarbij eerst een ‘vochtballon’ gecreëerd moet worden voordat het vocht de wortels bereikt. 

Het toedienen van druppelirrigatie, vergeleken met het niet toedienen van water aan de bodem, realiseerde in de mais een hogere opbrengst van 7.2 ton ds/ha, 3.6 ton zetmeel/ha en 72 kg N/ha. Het gebruik van druppelirrigatie leidde niet tot een lagere hoeveelheid rest stikstof (N-mineraal) in de bodem na de mais oogst. Het verschil in saldo tussen beide behandelingen was € 272/ha, waarbij druppelirrigatie het meest opleverde. Het toedienen van druppelirrigatie, vergeleken met het niet toedienen van water aan de bodem, realiseerde in de aardappelen een meer opbrengst van 14 ton vers gewicht/ha, 2.5 ton ds/ha en 19 kg N/ha. Het verschil in saldo tussen beide behandelingen was € 68/ha, waarbij druppelirrigatie het minst opleverde.

DRUPPELIRRIGATIE PROEFVELD DE MARKE

Na positieve ervaringen met druppelirrigatie bij De Marke in 2019 is er in 2020 een uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende aanlegmethoden van druppelirrigatie en het effect van deze methoden op gewasopbrengst en stikstofuitspoeling in snijmais. Binnen het onderzoek zijn behandelingen uitgevoerd in vier herhalingen:

▪ Geen irrigatie;
▪ Druppelirrigatie in elke rij bovengronds;
▪ Druppelirrigatie in elke rij ondergronds op 5 cm diep;
▪ Druppelirrigatie per twee rijen bovengronds.

Rondom het druppelirrigatieproefveld werd het perceel beregenend met een beregeningshaspel. Hieruit zijn vier blokken apart geoogst en gemonsterd voor de vergelijking met druppelirrigatie. Doordat behandeling ‘beregeningshaspel’ niet willekeurig tussen de behandelingen ‘druppelirrigatie lagen’, konden de resultaten niet statistisch worden getoetst. De vergelijking tussen druppelirrigatie en beregenen met haspel is hierdoor indicatief. Druppelirrigatie realiseerde 6 ton ds/ha en 3 ton ds/ha meer opbrengst ten opzichte van respectievelijk geen irrigatie en beregenen door middel van een haspel. Daarbij is de zetmeel opbrengst per ha 3.452 kg ds hoger dan geen irrigatie en 1.159 kg ds hoger dan beregenen met een haspel. 

De stikstof onttrekking per ha was minimaal 39 kg hoger dan geen irrigatie en 15 kg hoger dan beregenen met een haspel. Druppelirrigatie leidde niet tot een lagere hoeveelheid minerale stikstof in het najaar en er was geen verschil in de hoeveelheid nitraat in het bovenste grondwater tussen de behandelingen. Waarschijnlijk is de oorzaak van het uitblijven van verschillen in minerale stikstof door een verschil in bodemprocessen. Rondom de druppelslang was de bodem continu vochtig, waardoor bodemprocessen zoals mineralisatie van organische stof continu bleven doorgaan. Waar geen water werd geïrrigeerd, hebben de bodemprocessen minimaal gefunctioneerd, waardoor er weinig tot geen stikstof gemineraliseerd werd uit organische stof. 

De behandelingen met druppelirrigatie hebben een hogere opbrengst dan de behandeling beregenen met haspel (+/- 3 ton/ds) maar hebben ook meer water toegediend gekregen (+/- 42 mm). Echter produceert druppelirrigatie per 1 mm vocht +/- 40% meer droge stof en +/- 12% meer zetmeel ten opzichte van beregenen met haspel. Alhoewel deze vergelijking niet statistisch kan worden getoetst, geeft indicatief aan dat druppelirrigatie een hogere waterefficiëntie heeft, druppelirrigatie zorgt daarentegen niet voor een lager watergebruik. Het saldo per hectare tussen druppelirrigatie per twee rijen en geen irrigatie is gelijk (€ 438/ha) ondanks het forse verschil in droge stof opbrengst (+/- 6 ton ds). Het saldo van behandelingen druppelirrigatie elke rij, was zelfs negatief +/- € 180/ha, het saldo van beregenen met haspel was net positief € 12/ha.

De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.