Ga voor een scherpe BEX!

De aandacht voor BEX (bedrijfsspecifieke excretie van stikstof en fosfaat) nam de laatste jaren af. De redenen hiervoor zijn divers: minder makkelijk voordeel te behalen ten opzichte van forfaitair, de mestafzetkosten per kuub gingen omlaag en het fosfaatoverschot loste zich langzaam op door lagere gehalten in gras en krachtvoer. Voor stikstof nam de urgentie echter toe. Dit vraagt opnieuw aandacht die via een scherpe BEX gerealiseerd kan worden.

Op zandgrond, met een plaatsingsruimte van 230 kg stikstof uit dierlijke mest per ha, is stikstof de hoofdreden van mestafvoer. Bij mestafvoer gaan naast stikstof echter ook andere (nuttige) stoffen het erf af. Denk aan organische stof, fosfaat, kali en sporenelementen. Daarnaast wordt het stikstofoverschot beïnvloed door ruweiwit (RE) aanvoer in krachtvoer. Het verlagen van het RE in het rantsoen met minder RE uit krachtvoer is de belangrijkste oplossing voor verlagen van de stikstofexcretie. Ook het verbeteren van de voerefficiëntie is een belangrijke optie. Hier gaan het verlagen van stikstof verliezen en kostenbesparing hand in hand.

Verminder ammoniak en broeikasgassen

Het efficiënt benutten van stikstof is voor zowel ammoniak en lachgas (een zeer zwaar broeikasgas) van groot belang. Minder RE in het rantsoen en dus in de mest, zal beide verliezen beperken. Voor ammoniak is een laag RE het belangrijkste kenmerk.

Energie is de sleutel

Een koe kan met de pens van stikstof en energie eiwit maken (microbieel eiwit). Dit is een uniek en complex proces waar we nog niet alles van weten. Wat we wel weten is dat in onze relatief grasrijke rantsoenen, niet stikstof maar energie vaak de beperkende factor is. Met andere worden: op het juiste moment de juiste energie aanbieden is cruciaal voor een goede microbiële eiwitvorming en daarmee stikstofbenutting.

Eiwit eruit, pens energie erin

Maak samen met de voeradviseur een goede analyse van het type energie in het basisrantsoen (energiesoort en afbraaksnelheid) en vul dit aan met passend energie uit krachtvoer. Zorg voor een hoge ruwvoeropname, met name graskuil, maar ook snijmais. Belangrijk om te weten is dat suiker in krachtvoer sneller is dan suiker in ruwvoer. Zetmeel in mais wordt sneller naarmate de kuil ouder wordt.

Finetunen in de stal

Na een goede rantsoenberekening komt toetsing in de praktijk. Vreten de koeien voldoende? Hoe is de pensvulling? Is de mestconsistentie goed? Zitten er vezels of onverteerde krachtvoerdelen in de mest? Hoe is het melkeiwitgehalte en tankureum? Maak de voeradviseur mede verantwoordelijk voor het resultaat!

Belangrijke streefgetallen

  • Streef naar een goede voerefficiëntie: >1.4, bij ± 20 kg krachtvoer/100 kg meetmelk en >1.5 bij 25 kg krachtvoer/100 kg meetmelk
  • Optimaliseer de rantsoenen op RE per diercategorie:
    • Melkkoeien: <150 RE/kgds
    • Droge koeien: ±130 RE/kgds ±1600gr RE totaal per dag.
    • Pinken: ± 140 RE/kgds
    • Kalveren: ± 180 RE/kgds
  • Tankureum <18
Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Denk mee over Natuurinclusieve Landbouw!

Op donderdag 4 november organiseren wij een bijeenkomst met boeren en wetenschappers over Natuurinclusieve Landbouw (NIL). Wij nodigen melkveehouders en andere geïnteresseerden uit om mee te denken over de invulling van natuurinclusieve melkveehouderij op zandgrond.

7e actieprogramma: aannames versus dagelijkse praktijk

Column van André Arfman, voorzitter coöperatie De Marke over het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn: aannames versus dagelijkse praktijk.

Melkveehouderij op zandgronden in de toekomst: in gesprek met de boer

Melkveehouderij op zandgronden in de toekomst; hoe kijken Nederlandse boeren daar zelf tegenaan? Twee studenten van de WUR beantwoorden deze vragen in de komende maanden met de hulp van het netwerk van Agro-innovatiecentrum De Marke.
De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.