Natuurinclusieve Landbouw: het wat, waarom en hoe

Op 4 november was Nick van Eekeren van het Louis Bolk Instituut op Agro-innovatiecentrum De Marke bij de boerenbijeenkomst over Natuurinclusieve Landbouw (NIL). Nick hield daar een presentatie over NIL. De kernboodschappen van zijn betoog zijn in dit artikel verwerkt.

Agro-innovatiecentrum De Marke is betrokken bij twee projecten over natuurinclusieve landbouw vanuit het Actieprogramma Natuurinclusieve Landbouw van de Provincie Gelderland. Er zijn nog genoeg vragen rondom natuurinclusieve landbouw; wat is het eigenlijk en wat kunnen we er mee? Dit is een zoektocht die we samen, bottom-up vanuit de praktijk, moeten volbrengen.

Wat is natuurinclusieve landbouw?

De term natuurinclusieve landbouw wordt op veel plekken en door veel mensen gebruikt in verschillende contexten. Onderzoekers van WUR en Louis Bolk instituut beschrijven NIL als volgt (Erisman (2017) Maatregelen Natuurinclusieve Landbouw): “Natuurinclusieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw en onderdeel van een veerkrachtig eco- en voedselsysteem. Het landbouwsysteem maakt optimaal gebruik van de natuurlijke omgeving en integreert die in de bedrijfsvoering”.

Idealiter is natuurinclusieve landbouw een optimale wisselwerking tussen natuur en voedselproductie, waarbij landbouw en natuur elkaar versterken. De term landbouwinclusieve natuur geeft aan dat deze wisselwerking tweeledig kan zijn. In de praktijk betekent dit dat voedsel geproduceerd wordt gebruikmakend van natuur en biodiversiteit, met een gezond verdienmodel.

Vier pijlers

Binnen NIL kunnen er vier pijlers onderscheiden worden:

  • Functionele agrobiodiversiteit
    Het functioneel gebruiken van natuurlijke biodiversiteit om landbouwkundige waarde te creëren.
  • Landschappelijke diversiteit
    Elementen zoals sloten, heggen, houtwallen die de biodiversiteit stimuleren.
  • Specifieke soorten
    Het creëren van optimale leefomstandigheden zodat (regio specifieke) soorten kunnen voortplanten.
  • Brongebieden en verbindingszones
    Het verbinden van de natuurelementen op het bedrijf met de regio.

De pijlers zijn bewust niet genummerd, omdat ze allen even belangrijk zijn en ook allemaal essentieel zijn om de biodiversiteit te stimuleren.

De vier pijlers van biodiversiteit in de landbouw: Pijler 1, functionele agro-biodiversiteit: bodemleven en minerale kringloop, ondersteund door pijler 2, landschappelijke diversiteit en pijler 4, brongebieden en verbindingszones. Wanneer nodig wordt met pijler 3 de biodiversiteit versterkt met gerichte maatregelen voor kwetsbare soorten

Waarom natuurinclusieve landbouw?

De laatste jaren is er een duidelijke neergaande trend in biodiversiteit. Vanuit allerlei nationale initiatieven wordt er gewerkt om het verlies van biodiversiteit te stoppen en te zorgen dat het landbouwsysteem de meerwaarde van biodiversiteit gaat inzetten om zo ook de biodiversiteit zelf te stimuleren.

Maar wat is nou biodiversiteit? Simpel gezegd is het de diversiteit en rijkdom van het leven in een bepaald gebied (Erisman (2014) Biodiversiteit in de melkveehouderij). Biodiversiteit gaat niet enkel over bepaalde soorten, maar ook juist om de samenhang tussen allerlei soorten en genen in een ecosysteem. Biodiversiteit heeft uiteraard betrekking op de natuur, maar ook voedselproductie kan niet zonder biodiversiteit. Voedselproductie is in de basis mogelijk door allerlei natuurlijke processen, waar de landbouw dankbaar gebruik van maakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de omzetting van organische mest in de bodem.

Als de focus in een ecoysteem te veel op voedselproductie komt te liggen, dan kan dat nadelige gevolgen hebben voor de omvang en het behoud van biodiversiteit in dat gebied met op de lange termijn ook mogelijke nadelige gevolgen voor de voedselproductie zelf.

Met natuurinclusieve landbouw kan de biodiversiteit worden gestimuleerd. Er liggen veel kansen voor boeren om samen te werken aan biodiversiteitsherstel door middel van natuurinclusieve landbouw. Hoe kunnen al deze boeren wat gaan betekenen voor de biodiversiteit? Hoe kunnen we concreet op onze bedrijven de biodiversiteit verbeteren? Dat zijn allemaal vragen die we gezamenlijk moeten beantwoorden.

Hoe kunnen we natuurinclusieve landbouw gebruiken?

Op het bedrijf is het doel om de win-winsituatie tussen landbouw en natuur te realiseren, zodat uiteindelijk 1 + 1 = 3 opgaat. De ervaring leert dat de kunst van het weglaten en vertrouwen op het (eco)systeem belangrijke zaken zijn. Het zal voor veel bedrijven wel een zoektocht worden om dit doel behalen. Hét recept voor NIL bestaat dus ook niet. Om je bedrijf natuurinclusiever te maken kunnen de vier pijlers voor NIL gebruikt worden.

Een eerste stap kan zijn om aan de functionele agrobiodiversiteit te werken. Concrete voorbeelden hiervoor zijn de toepassing van (productief of extensief) kruidenrijk grasland. Door de natuurlijke stikstofbinding en diepe beworteling wordt de natuurlijke biodiversiteit functioneel ingezet. Het andere voorbeeld zijn de regenwormen. Deze bron van biodiversiteit zorgt voor het open houden van de bodem, zodat wortels dieper kunnen gaan en er een goede waterinfiltratie is. Deze twee voorbeelden laten zie hoe biodiversiteit functioneel kan worden ingezet en ook kan leiden tot lagere kosten (minder stikstofkunstmest bijvoorbeeld) en verzekering van opbrengsten (in droge periodes). Werken aan een functionele biodiversiteit heeft inherent ook effect op de algemene biodiversiteit. Door de vermindering van de stikstofbehoefte of chemische bestrijdingsmiddelen is de druk op de omliggende biodiversiteit ook minder en komt dit de biodiversiteit op het bedrijf ten goede. Deze positieve spiraal zorgt voor een krachtig en weerbaar landbouwsysteem.

Een voorbeeld voor de pijler landschappelijke diversiteit zijn houtwallen. Door houtwallen toe te passen op je bedrijf kun je schaduw bieden aan de koeien, maar wellicht ook de bomen gebruiken als voedingsbron (denk aan wilgen). Deze landschapselementen kunnen, indien goed ingericht, ook weer aantrekkelijk worden voor specifieke soorten en ook de verbinding met de regio versterken.

Wat kan ik verwachten?

De komende jaren worden op De Marke, maar ook op bedrijven in de praktijk, veel proeven aangelegd op het gebied van NIL. De opgedane kennis komt beschikbaar en helpt zo om bedrijven te helpen met NIL. Ook de randvoorwaarden voor NIL, zoals het verdienmodel, zijn aspecten die we niet uit het oog verliezen! De toekomst van de landbouw zal in zijn fundament ecologisch zijn, dus het goed begrijpen en benutten van natuurlijke processen is belangrijk voor de toekomstige duurzame voedselproductie!

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Natuurinclusieve landbouw is nog exclusief verdienmodel

Column van Jaap Gielen, directeur Agro-innovatiecentrum De Marke: ‘Natuurinclusieve landbouw is nog exclusief verdienmodel’.

Natuurinclusieve Landbouw: het wat, waarom en hoe

Op 4 november was Nick van Eekeren van het Louis Bolk Instituut op Agro-innovatiecentrum De Marke bij de boerenbijeenkomst over Natuurinclusieve Landbouw (NIL). Nick hield daar een presentatie over NIL. De kernboodschappen van zijn betoog zijn in dit artikel verwerkt.

Kennis in en door de praktijk

Een van de projecten van De Marke binnen het provinciaal actieprogramma Natuurinclusieve Landbouw heet ‘Kennis in en door de praktijk’. In de regio’s Achterhoek, Rivierenland en Gelderse Vallei/Veluwe zijn drie groepen samengesteld van ‘koplopers’ op het gebied van natuurinclusieve landbouw. De ervaringen, ambities en kennisvragen van deze boeren gaan de inhoud van dit project bepalen. Met hen gaan we in de praktijk experimenteren met nieuwe teelten, nieuwe technieken en nieuwe gewassen. Eind van deze maand start Peter Vanhoof met metingen op vijftien verschillende bedrijven, waaronder Agro-innovatiecentrum De Marke.
De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.