Natuurinclusieve landbouw is nog exclusief verdienmodel

Een nieuwsbrief in z’n geheel gewijd aan het thema natuurinclusieve landbouw. Eén van de vier grote thema’s binnen het onderzoeksprogramma van Agro-innovatiecentrum De Marke naast kringlooplandbouw, klimaat en precisielandbouw. Thema’s die de uitdagingen van de sector duiden.

Wanneer over de uitdagingen in de landbouw wordt gesproken, is een veel gehoorde kreet “Boeren zijn niet het probleem, maar de oplossing”. Voor het vergroten van de biodiversiteit of anders gezegd de ontwikkeling van een meer natuurinclusief landbouwsysteem is dat 100% juist. Als beheerder van circa 1.7 miljoen hectare grond kun je impact hebben. Om het even in perspectief te plaatsten: Natuurmonumenten beheerde in 2020 112.000 hectare en Staatsbosbeheer 273.000 hectare. Dus 80% van de gezamenlijke oppervlakte is in handen van de landbouw.

Daarnaast is de landbouw afhankelijk van de natuur. Goed functionerende natuurlijke processen zijn van fundamenteel belang bij de productie van gezond en gewaardeerd voedsel van de Nederlandse bodem. En natuurlijke plaagbestrijders kunnen effectief zijn tegen ongewenste insecten. Dus laat het de boer oplossen en dat kunnen ze als je ze daarvoor betaalt. Zorg voor het gezonde verdienmodel voor de niet functionele agrobiodiversiteit op het boerenerf.

In 2019 becijferde Wageningen Economic Research dat de jaarlijkse kosten om integraal beter te scoren op biodiversiteit tot een kostprijsstijging van circa 2 cent per kg melk leidt voor een gemiddeld melkveebedrijf op klei en zand. Belangrijkste oorzaak is vanzelfsprekend dat de bedrijfsvoering moet worden aangepast, waarbij het dure productiemiddel grond economische gezien niet het meest optimaal kan worden ingezet.

Nu kunnen we als De Marke niet zorgen voor het gezonde verdienmodel. De betalingsbereidheid van de consument is onvoldoende voor producten met toegevoegde waarde. De beloning voor ecosysteemdiensten, waaronder biodiversiteit, zal moeten wegkomen bij overheden, ngo’s en natuurbeheerders. Wel kunnen we in de aanpak van het thema Natuurinclusieve Landbouw via een kosten-batenanalyse de noodzakelijke financiële ondersteuning inzichtelijk maken voor meer natuur op het boerenbedrijf.

Los van de harde economie zijn boeren ook bij uitstek de mensen die kunnen genieten van hun omgeving waarin ze boeren. Het werken met de natuur en de seizoenen geeft variatie en maakt geen jaar hetzelfde. Op de sociale media zijn dagelijks sfeerbeelden van de werkzaamheden te zien, waarin men graag etaleert hoe mooi het is om met de natuur te werken. Vanuit dat besef is er in de sector een grote bereidheid om natuurinclusiever te werken.

Column van Jaap Gielen, directeur Agro-innovatiecentrum De Marke

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Succesvolle bijeenkomst Natuurinclusieve Landbouw

Op donderdag 4 november kwamen ruim 40 boeren, wetenschappers en andere geïnteresseerden naar de Agro-innovatiecentrum De Marke voor een bijeenkomst over Natuurinclusieve Landbouw (NIL).

Verschillen tussen snijmais, MKS en sorghum na oogsten

In dit artikel geven we een indicatie van verschillen tussen snijmais, MKS (maiskolvenschroot) en sorghum na oogsten op De Marke. Op De Marke wordt ruim 19 hectare mais geteeld, dat is zo’n 30% van het totale areaal. De mais telen we in rotatie met (kruidenrijk) grasland in een periode van drie jaar. Op 23 september is ongeveer 14 hectare van de mais geoogst als snijmais. De andere 5 hectare is op 8 oktober geoogst als MKS.

Klimaatslimme landbouw

Agro-innovatiecentrum De Marke kan aan de slag met het nieuwe Deelprogramma Klimaatslimme landbouw. Een deelprogramma dat wordt gefinancierd door Regiodeal. In het Deelprogramma Klimaatslimme landbouw richt De Marke zich op het thema mitigatie: maatregelen om negatieve milieu-invloeden te voorkomen of te beperken.
De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.