Natuurinclusieve landbouw nader bekeken

Op het Agro-innovatiecentrum De Marke gaan we aan de slag met natuurinclusieve landbouw. Dat is een vorm van duurzame landbouw die uitgaat van een veerkrachtig voedsel- en ecosysteem. De wetenschap deelt natuurinclusieve landbouw in een aantal onderdelen in. Eén daarvan is functionele biodiversiteit, waaronder kruidenrijke graslanden en bodembiodiversiteit (vruchtbaarheid) vallen. Wat houdt functionele biodiversiteit in en wat heeft een melkveehouder daaraan?

Biodiversiteit is de rijkdom en diversiteit van al het leven op aarde. Landbouw is er afhankelijk van en draagt ook bij aan biodiversiteit. Agrobiodiversiteit wordt omschreven als: het geheel van plantaardige en dierlijke genetische bronnen van micro-organismen, insecten, flora en fauna in landbouwsystemen. 

Functionele biodiversiteit

Functionele biodiversiteit is de diversiteit van niet-geoogste soorten die de agrarische productie vergroten. Denk hierbij aan bijvoorbeeld bloemrijke akkerranden en bodembiodiversiteit (vruchtbaarheid). Naast functionele biodiversiteit onderscheiden we:

  • Genetische biodiversiteit: soorten en rassen die direct te maken hebben met de landbouwkundige productie (bijvoorbeeld rassen).
  • Begeleidende biodiversiteit: diversiteit van soorten die voortvloeien uit of afhankelijk zijn van landbouwpraktijken (bijvoorbeeld insectenrijkdom).
  • Nabijgelegen biodiversiteit: diversiteit van soorten op gronden en in wateren zonder landbouwkundige productie, maar die wel afhankelijk is van de landbouwpraktijk (bijvoorbeeld flora en fauna in water).

Hierna volgt een toelichting op kruidenrijke graslanden en zoomen we in op bodembiodiversiteit. Bodemdiversiteit komt in een volgend artikel aan de orde.

Kruidenrijke graslanden

De plantengroei en structuur van kruidenrijke graslanden is gevarieerder dan in het gangbare, hoogproductieve grasland en de soortenrijkdom aan kruiden, grassen en insecten is groter. Ze leveren een flinke bijdrage aan de biodiversiteit; naast planten ook (weide)vogels, insecten en bodemdieren. De aandacht voor kruiden in het grasland neemt de laatste jaren toe, omdat de aandacht voor behoud en versterking van de biodiversiteit en voor diergezondheid toeneemt. Vanuit biodiversiteitsoogpunt is vooral bij weidevogelbeschermers belangstelling voor kruidenrijke weiden.

Het huidige grasland

Het huidige grasland heeft voornamelijk hoogproductieve grassoorten als Engels raaigras en timotheegras en wordt optimaal gedraineerd en bemest, zodat al vroeg in het voorjaar een hoge en dichte grasmat is gevormd. De afgelopen vijftig jaar intensiveerde het maaibeheer en traden er grote veranderingen op in:

  • maaibreedte (van 1 m naar 5-9 m)
  • maaisnelheid (van 5 km naar 12-15 km/u)
  • maaitijdstip (van eerste helft juni naar begin mei en van overdag naar ook ’s nachts)
  • maaifrequentie (van 1-2 keer per jaar tot soms naar 4-8 keer per jaar bij stalvoedering).

De uniformiteit van graslanden wordt nog versterkt door frequente herinzaai (graslandvernieuwing) met eenzijdig samengestelde mengsels, die vaak vooral uit Engels raaigras bestaan. Een natuurinclusieve landbouw past de onderdelen ontwatering, bemesting en het maairegime in de bedrijfsvoering waar nodig aan.

Wat heeft een melkveehouder aan meer biodiversiteit?

Een kruidenrijke grasmat kan uitstekend in een modern bedrijf worden ingepast. Veel boeren streven echter naar een maximale productie welke vaak worden gerealiseerd met een hoog percentage Engels raaigras in de zode. Kruidenrijk ruwvoer dat in een iets ouder stadium geoogst is, bevat meer structuur. Dit bevordert de penswerking en kan pensverzuring verminderen (Bruinenberg et al., 2006). Ook kunnen kruiden voor een groot deel in de behoefte van mineralen voorzien. Kruiden- en structuurrijk ruwvoer draagt daarmee bij aan een betere weerstand en gezondheid en vermindert het medicijngebruik.

Op De Marke

Dankzij het provinciaal actieprogramma Natuurinclusieve Landbouw, kunnen we langs twee routes werken aan biodiversiteit. De eerste route heet ‘Kennis in en door de praktijk’. De tweede heet ‘De Marke, proefbedrijf voor natuurinclusieve landbouw‘. In dat laatste project gaan we samen met boeren, wetenschappers en het agro-bedrijfsleven de toekomst van natuurinclusieve landbouw verkennen, ontwikkelen en onderzoeken. Meer weten? Lees het artikel: Twee nieuwe projecten die de natuur-verrijken

“Dit project wordt mogelijk gemaakt door de provincie Gelderland.”

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Beweiding op De Marke

Op Agro-innovatiecentrum De Marke proberen we al enkele jaren de dieren zo vroeg mogelijk te laten weiden. Wanneer het weer en de grasgroei het toelaten, gaan de dieren naar buiten. Hoe gaan we daarbij te werk?

Spin in het agro-innovatienetwerk

De Achterhoek ontpopt zich steeds meer als agro-innovatieregio. De Marke vervult de rol van spin in het agro-innovatienetwerk. Samenwerking leidt tot meer innovatie in de landbouw is het idee.

Onderzoeksteam Agro-innovatiecentrum De Marke uitgebreid met Rianne van Binsbergen

Rianne van Binsbergen (32) start per 1 april als onderzoeker/projectleider bij Agro-innovatiecentrum De Marke. Als gepromoveerd wetenschappelijk onderzoeker in Wageningen maakt ze de overstap naar een onderzoeksbaan in het Gelderse Hengelo.
Do NOT follow this link or you will be banned from the site!

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.