Natuurinclusieve regeneratieve klimaatadaptieve kringlooplandbouw

‘Dat is waar we naar toe moeten, wanneer je de omschrijvingen van de toekomstige landbouw in vier woorden samenvat. Opgeschreven in heel veel visiedocumenten die de afgelopen jaren zijn verschenen. Ik kan me voorstellen dat dit afschrikt. Dit maakt de agrarische sector kopschuw. Veel omvattende ingewikkelde termen, waarvan de exacte definities ook nog eens onderwerp van gesprek zijn. Definities met overlap en soms ook tegenstellingen. Als voorbeeld: wanneer de inpassing van natuur ten koste gaat van de voerefficiëntie van een veestapel is het de vraag wat het netto effect is op bijvoorbeeld het klimaat in termen van CO₂-emissie.

Ook de programmalijnen van de onderzoeksprogrammering van De Marke is opgehangen aan de grote thema’s, zoals kringlooplandbouw, klimaat en natuurinclusief. Terminologie van beleidsmakers, die we overnemen om aan te sluiten.

Maar is het ook niet ‘Oude wijn in nieuwe zakken’?  Zaken anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk anders van de doelen van een aantal decennia geleden, toen we een en ander samenvatten met omschrijvingen als verantwoord en duurzaam. Nu meer geaccentueerd door de actualiteit en de politiek.

En is het niet zo dat landbouwproductie in de open ruimte per definitie al werken is met natuur, klimaat en biologie in een kringloop. Neem bijvoorbeeld de teelt van vlinderbloemigen, dit is natuurinclusief. Het is regeneratief, het is goed voor de bodem en je maakt gebruik van een biologisch natuurlijk proces, de binding van stikstof uit de lucht. Het is kllimaatadaptief, omdat de dieper wortelende klaver beter tegen droogte kan. En het past bij kringlooplandbouw door de vermindering van het gebruik van kunstmest.

Het is de kunst de grote enigszins abstracte omschrijvingen van de toekomstige landbouw terug te brengen naar de praktische renderende aanpassingen in de bedrijfsvoering en/of de financiële consequenties van niet renderende aanpassingen te benoemen, zodat deze met additioneel geld kunnen worden gestimuleerd. Daar staan we als Agro-innovatiecentrum De Marke voor aan de lat. Toepasbare kennisontwikkeling met praktische verkenningen, zodat we als adaptieve sector meer natuurinclusief, meer regeneratief, meer klimaat adaptief met een kleinere kringloop worden.

Laten we het niet moeilijker maken dan het is.’

Column van Jaap Gielen, directeur Agro-innovatiecentrum De Marke

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Agro-innovatiecentrum. Hoezo?

De Marke heeft haar titel veranderd van proefboerderij in Agro-innovatiecentrum. Maar waarom? Wat willen we daarmee zeggen? Column van Carel de Vries, adviseur Agro-innovatiecentrum De Marke

Ga voor een scherpe BEX!

De aandacht voor BEX (bedrijfsspecifieke excretie van stikstof en fosfaat) nam de laatste jaren af. De redenen hiervoor zijn divers: minder makkelijk voordeel te behalen ten opzichte van forfaitair, de mestafzetkosten per kuub gingen omlaag en het fosfaatoverschot loste zich langzaam op door lagere gehalten in gras en krachtvoer. Voor stikstof nam de urgentie echter toe. Dit vraagt opnieuw aandacht die via een scherpe BEX gerealiseerd kan worden.

Nieuwe doorzaaitechniek op Agro-innovatiecentrum De Marke

Het doorzaaien van gras, klaver en kruiden in een graszode is lastig. Voor het vergroten van de biodiversiteit zijn veel veehouders op zoek naar een geslaagde doorzaaitechniek. Bij De Marke doen we een experiment met een nieuwe doorzaaitechniek.
De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.