Veldproef met winterrogge op De Marke

Zomers worden droger en winters worden warmer. Op agro-innovatiecentrum De Marke is in 2021 binnen het project KLIMAP een veldproef met winterrogge aangelegd om te onderzoeken of deze teelt het ruwvoerproductieverlies door droogte in de zomer kan compenseren. Winterrogge als dekvrucht zorgde voor minder onkruid en verhoogde de drogestofproductie voor de eerste snede, maar de totale aantal kg onttrokken stikstof was hetzelfde over de eerste en tweede snede in vergelijking met inzaai zonder dekvrucht. Winterrogge als vanggewas produceerde meer kg drogestof dan Italiaans raaigras. Winterrogge als doorzaai in het najaar gaf geen verhoogde drogestofproductie in het voorjaar.

Wat was het doel?

Doel van de veldproef is om te onderzoeken of met toepassing van winterrogge het verlies van grasproductie door droogte in de zomer kan worden gecompenseerd door meer gewas groei in de winterperiode. We hopen met de wintergraantteelt de ruwvoerteelt meer over het jaar te verdelen en zo het productieverlies in de zomer door droogte te compenseren.

Hoe hebben we het aangepakt?

In september 2020 startte een veldproef, waarin winterrogge wordt toegepast als dekvrucht na het inzaaien van gras in het najaar. Een dekvrucht wordt tegelijk of direct na het hoofdgewas ingezaaid. Wintergraan heeft een opener structuur dan gras en groeit sneller bij lagere temperaturen. Daardoor vormt het een gunstig (micro) groeiklimaat voor gras en beschermt het tegen onkruid. Dit kan zowel de slagingskans van nieuw gras als de ruwvoerproductieverhogen.

Tweede toepassing in de veldproef is de winterrogge als vanggewas te oogsten voor het opnieuw inzaaien van mais of sorghum, als vormen van dubbelteelten. Een nieuwe toepassing is winterrogge in het najaar door te zaaien in blijvend grasland. Na weiden of maaien van de eerste snede in het voorjaar zal winterrogge weer verdwijnen. Samengevat zijn de toepassingen als volgt:

  1. Wintergraan als dekvrucht voor nieuw ingezaaid grasland na snijmais;
  2. Wintergraan als vanggewas (in mais-mais situatie);
  3. Blijvend grasland doorzaaien met wintergraan.

De proef wordt uitgevoerd in drie herhalingen bij één bemestingsniveau. Als wintergraan worden twee variëteiten van rogge ingezet, een winterrogge en een snelle lenterogge. Als vanggewas worden de rogges vergeleken met Italiaans raaigras. Om het effect te meten wordt ook de opbrengst van de volgteelt bepaald. De vanggewassen worden of vroeg in het voorjaar ondergewerkt (gangbaar) of geoogst voor het inzaaien van de volgteelt. De volgteelten zijn snijmaïs of sorghum, waarbij sorghum later gezaaid wordt. Wanneer vanggewassen in het voorjaar langer doorgroeien en geoogst worden, wordt veel water onttrokken. Dat kan nadelig zijn voor de volgteelt. Daarom wordt ook als extra behandeling wel en geen beregening toegepast.

Wat zijn de eerste resultaten?

1. Wintergraan als dekvrucht

De wintergranen werden in drie verschillende concentraties gemengd met het graszaad (40 kg/ha). De rogge werd gemengd met: 25 kg/ha, 50 kg/ha en 75 kg/ha. De snelle lenterogge werd gemengd met: 20 kg/ha, 40 kg/ha en 60 kg/ha.

Bij toepassing van een dekvrucht is de droge stofopbrengst en de stikstofopbrengst in de eerste snede het dubbele dan wanneer geen dekvrucht wordt gezaaid. In de tweede snede is de opbrengst omgekeerd aan de eerste snede. Bij toepassing van een dekvrucht is de opbrengst de helft van geen dekvrucht. Toch produceerde de behandelingen met dekvrucht over de eerste en tweede snede 1 ton ds meer per ha echter is er geen verschil in totale stikstofopbrengst. Wat opvalt is het verschil in voederwaarde. De behandeling met gras heeft duidelijk een hogere VEM, DVE en RE-gehalte dan de behandeling met dekvrucht. Ook is de verteringscoëfficiënt van organische stof en NDF hoger. In de tweede snede was de dekvrucht zo goed als verdwenen. Visueel was er vanaf de derde snede geen verschil meer tussen alle behandelingen. Hierdoor hebben we vanaf de derde snede geen opbrengstmetingen meer uitgevoerd. Wat ons opviel is dat graan als dekvrucht voor een snelle bodembedekking zorgt. In de behandeling  zonder dekvrucht was bij de eerste snede meer onkruid aanwezig dan in de behandeling met dekvrucht. Uit de verschillen in opbrengst tussen de behandelingen blijkt dat het graan het gras onderdrukt. Na de oogst van de eerste snede heeft het gras in de dekvruchtbehandelingen moeite om te groeien. De verschillen in gewasopbrengst tussen de behandelingen met verschillende zaaizaadhoeveelheden zijn gering. Wel zijn er kleine verschillen in gewaskwaliteit. Naar mate er meer graan wordt gezaaid daalt het VEM, DVE en RE-gehalte. Snelle lente+rogge heeft een iets hogere opbrengst dan rogge (+4%). De voederwaarde is gelijk.

Tabel 1: Opbrengst en voederwaarde
Figuur 1: Drogestofopbrengst gemiddeld (kg per ha)
Figuur 2: Stikstofopbrengst gemiddeld (kg per ha)

2. Wintergraan als vanggewas

De productie van rogge als vanggewas was aanmerkelijk hoger dan van Italiaans raaigras. Het combineren van rogge met Italiaans en snelle lenterogge verhoogden de opbrengst eveneens. Bij een vroege oogst, voor het inzaaien van snijmais, was dit voor Italiaans iets lager en voor snelle lenterogge iets hoger dan voor rogge. Bij een latere oogst, voor het inzaaien van sorghum, verhoogde de productie aanzienlijk, vooral voor rogge en snelle lenterogge. Zie onderstaande grafiek. Het is nog niet bekend wat de effecten waren op de voederwaarde. Vooral het effect op de ruw eiwitproductie is voor veehouders van belang.  

Figuur 3: Drogestofopbrengst vanggewas voor de zaai van mais (5 mei) en voor de zaai van sorghum (28 mei)

Op twee momenten is de voederwaarde van het vanggewas geanalyseerd. In tabel 2 staan de resultaten. Op 5 mei is er weinig verschil in voederwaarde tussen Italiaans raaigras en rogge. Op 28 mei zijn de verschillen groter. De rogge is dan in een groeistadium waarin het geen waarde meer heeft als voedergewas. Het VEM-gehalte en de verteerbaarheid van het product zijn te ver gedaald. Het laten groeien van de rogge tot het moment dat sorghum wordt gezaaid is niet zinvol. Het moet of eerder worden geoogst of verder doorgroeien tot er zaad is gevormd en dan oogsten.

Tabel 2: Voederwaarde vanggewas op 5 mei en 28 mei

In het voorjaar zijn op drie momenten de hoeveelheid stikstof in de bodem gemeten. Bij het vernietigen van het vanggewas, bij het oogsten van het vanggewas voor het maiszaaien en voor het zaaien van de sorghum. Tussen de laatste twee tijdstippen is geen verschil gemeten in de hoeveelheid beschikbare stikstof. Bij het wel en niet oogsten van het vanggewas is er een verschil van 15 kg N/ha. Deze hoeveelheid is al beschikbaar voor de mais op het moment dat de mais wordt gezaaid en kan direct in mindering worden gebracht op de bemesting.

Figuur 4: Stikstofhoeveelheid in de bodem

3. Wintergraan als doorzaai in najaar

Bij het doorzaaien van bestaand grasland met rogge was het opbrengstverhogende effect relatief beperkt. Zie onderstaande grafiek.  Mogelijk was het effect groter geweest bij een grotere zaaizaadhoeveelheid. Het doorzaaien met lenterogge gaf minder spreiding in opbrengsten. Ook hier zijn de effecten op de voederwaarde nog niet bekend. 

DeMarke resultaten 2020 2
Figuur 5: Opbrengst van eerste snede van gras en rogge

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Praktijkpilot druppelirrigatie in “Het Klooster”: effect op bodemvocht, opbrengsten en minerale stikstof

Een groep agrariërs in de Achterhoek beproefde druppelirrigatie in mais als één van de mogelijkheden om het bodemvochtgehalte op een optimaal niveau te houden en zo nitraatuitspoeling te voorkomen. In samenwerking met Agro-innovatiecentrum De Marke is er gekeken naar de werking van bodemvocht in relatie tot nitraatuitspoeling in combinatie met druppelirrigatie als watergiftmethodiek. De resultaten over 2021 zijn bekend, maar geven nog onvoldoende beeld. De praktijkpilot krijgt dit jaar een vervolg.

Bezoek het ruwvoer- en krachtvoerplatform op De Marke

Op Agro-innovatiecentrum De Marke staan de demovelden er prachtig bij. De demovelden zijn in samenwerking met eerstejaars studenten van het Zone.college en onder leiding van Kevin Lettink (stagiaire Aeres Dronten) aangelegd. De speerpunten dit jaar zijn maximale kwaliteit ruwvoer van eigen land en de mogelijkheden rondom eigen krachtvoerteelten, mengteelten in graan en mais en diverse kruiden in grasland.

Vertrouwd beeld verdwijnt

Wat betreft ons logo en onze huisstijl is afgesproken dat de huisstijl van Wageningen University & Research wordt gevolgd. Wat uiterlijke herkenbaarheid betreft verandert er dus de komende tijd nog het een en ander. Wat zijn de ontwikkelingen?
De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.