Vers gras nader bekeken

Vanuit het project ‘’Netwerk praktijkbedrijven’’ nemen we op Agro-innovatiecentrum De Marke wekelijks een vers grasmonster. Het project heeft als doel om de ammoniak- en methaanemissie met 30% te reduceren. Hiervoor is het essentieel om inzicht te krijgen in de voederwaarde van het verse gras. Het rantsoen bestaat al gauw uit 25% vers gras.

Het monster nemen we elke maandag van het perceel waar de koeien op dinsdag grazen. Het gras snijden we vanaf een hoogte van 7 cm, omdat dit het gedeelte is wat de koeien ook eten. Waarom niet vanaf 5 cm? Omdat we op De Marke Nieuw Nederlands Weiden (NNW). Bij dit beweidingssysteem komen de koeien na zes dagen weer terug in hetzelfde perceel en eten hierdoor het gras iets hoger af. Bij omweiden is de vuistregel dat koeien grazen tot 5 cm.

Voederwaardekenmerken

De figuren in de PDF geven verschillende voederwaardekenmerken weer in de tijd. Wat opvalt is dat vers gras echt een VEM-topper is; het hele jaar was de VEM rond de 1.000 punten. Vooral in het voorjaar is het VEM-gehalte hoog (1.100). Dit komt door de hoge verteringcoëfficiënt (VCOS >85%) en het hoge suikergehalte (>25%). Het verteringscoëfficiënt en het suikergehalte daalt aan het einde van het voorjaar. Het NDF-gehalte zie je fors stijgen vanaf de zomer en daalt weer in het najaar. Het ruw eiwitgehalte maakt een S-curve, deze daalt begin april van 200 g/kg naar 150 g/kg en stijgt dan licht tot een niveau van 220 g/kg in augustus. In september zien we het ruw eiwitgehalte weer dalen tot een niveau van 180 g/kg ds. Let op, deze gegevens kunt u niet één op één vertalen op uw eigen bedrijf. De Marke heeft een schrale zandgrond waarbij minder stikstof vrijkomt uit mineralisatie en we passen NNW toe, waarbij het gras wordt begraasd tussen de 10-14 cm. Hierbij bevat het gras voornamelijk blad en is hierdoor hoger in voederwaarde dan gras dat in een later stadium wordt begraasd.

Een stukje theorie

DairyNZ, een Nieuw-Zeelandse onderzoeks- en adviesorganisatie, maakte enkele praktische overzichten over ‘’grasland science’’. In figuur 1 worden de verschillende ‘’Leaf stages’’ weergegeven. Een vuistregel is dat gras altijd drie volgroeide blaadjes heeft. Wanneer het vierde blad begint met groeien, begint het eerste blad met afsterven. Gras kan nog zeker verder doorgroeien, waarbij de nieuwe blaadjes langer worden, maar het worden er niet meer. De voederwaarde wordt langzaam lager, doordat de plant meer stengel en dode blaadjes bevat. De verschillen in voederwaarde van grascomponenten staan in tabel 1. Blad heeft een VEM van 1.100 en afgestorven blad heeft een VEM van 605. Dit is de reden van ze in Nieuw-Zeeland het gras proberen te grazen tussen het tweede en derde bladstadium. Dit is weergeven in figuur 2 met het ‘’Target Grazing Window’’. Op De Marke proberen we met NNW rond het tweede  bladstadium het gras te begrazen. Bij omweiden probeer je bij het derde  bladstadium het gras te begrazen. Met NNW benut je niet de maximale groei van gras, omdat telkens de topjes worden begraasd en je het gras niet de kans geeft om zicht volledig te ontwikkelen tot het derde bladstadium. Waarom we zijn omgeschakeld van omweiden naar NNW leest u in de volgende nieuwsbrief.

Tabel 1

ComponentBladZachte stengelMature* stengelAfgestorven blad
Verteringscoëfficiënt70-85%65-75%40-50%40-50% 
VEM11001000605605 
*Mature: Stengel in de generatieve fase. 

Bron: https://www.dairynz.co.nz/media/2634153/perennial-ryegrass-grazing-guide-web.pdf

Facebook
Twitter
LinkedIn

Gerelateerde berichten

Denk mee over Natuurinclusieve Landbouw!

Op donderdag 4 november organiseren wij een bijeenkomst met boeren en wetenschappers over Natuurinclusieve Landbouw (NIL). Wij nodigen melkveehouders en andere geïnteresseerden uit om mee te denken over de invulling van natuurinclusieve melkveehouderij op zandgrond.

7e actieprogramma: aannames versus dagelijkse praktijk

Column van André Arfman, voorzitter coöperatie De Marke over het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn: aannames versus dagelijkse praktijk.

Melkveehouderij op zandgronden in de toekomst: in gesprek met de boer

Melkveehouderij op zandgronden in de toekomst; hoe kijken Nederlandse boeren daar zelf tegenaan? Twee studenten van de WUR beantwoorden deze vragen in de komende maanden met de hulp van het netwerk van Agro-innovatiecentrum De Marke.
De Marke

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.